Afstudeerbegeleider.nl logo
  • Bel me terug
  • Twitter logo
  • RSS

Meer weten? Kom langs!

Tijdens het kennismakingsgesprek kan je ons vertellen waar je tegen aanloopt. Wij kunnen je dan meer vertellen hoe wij je kunnen helpen.

Het kennismakingsgesprek is vrijblijvend en kosteloos!

Wil jij een vrijblijvend kennismakingsgesprek?

Neem dan contact met ons op!

Scriptie redigeren op ENGELSE taal

Wil jij je scriptie geschreven in het Engels laten redigeren door ervaren en professionele taalexperts?

Met als resultaat: een perfect geschreven scriptie in Engelse taal.

Dat kan!

Vanaf 15.000 woorden voor 250 euro en dan heb je binnen één week je scriptie in perfect geschreven ENGELSE taal terug!

Wil je meer weten? Stuur een mail naar: info@afstudeerbegeleider.nl

Scriptie redigeren?

Wij kijken je scriptie na op:

NEDERLANDSE TAAL

CORRECTE SPELLING

GRAMMATICA

LOGISCHE OPBOUW

ZINSFORMULERING

ACADEMISCH SCHRIJFNIVEAU

Bel of stuur even een mailtje naar ons als je jouw scriptie PERFECT GESCHREVEN wilt inleveren!

NIEUW!! Statistiek (en SPSS) klas!

Binnenkort een tentamen statistiek? Een statistiek- of SPSSopdracht? Wil je worden bijgespijkerd in je statistiekkennis?

Schrijf je dan nu in voor onze statistiek klas op vrijdag 18 mei! Voor meer info klik hier: statistiek klas

Ervaringen

  • Kalun (Msc. Business Administration, Financial management, VU)

    Ik kon een statistiek-handleiding van 800 bladzijdes downloaden en er lag nog een boek…

Lees meer ervaringen

Contact

W.G. Plein 385

1054 SG Amsterdam

020-7522702

info@afstudeerbegeleider.nl

SPSS Handleiding

Neem contact met ons op!

SPSS handleiding aan het zoeken? SPSShandboek.nl is onderdeel van Afstudeerbegeleider.nl. Hier vind je meer informatie over SPSS en worden verschillende facetten en toetsen van SPSS besproken en uitgelegd.

Voor de toetsen van SPSS klik je hieronder op:

Assumpties SPSS

SPSS heeft verschillende toetsen die (bijna) allemaal andere “assumpties” hebben. Deze assumpties zorgen voor veel verwarring bij studenten en dat is begrijpelijk. Hier wordt er in algemeenheid uitgelegd wat er bij SPSS met assumpties wordt bedoeld. De assumpties voor de verschillende toetsen vind je bij de omschrijving per toets.

 

Descriptive statistics

Onder descriptives vallen frequencies (aantallen) en descriptives (beschrijven) en explore (onderzoeken). Deze gebruik je om je data te beschrijven. Als je wilt weten hoeveel mannen en hoeveel vrouwen in je onderzoek voorkomen gebruik je frequencies. De gemiddelde leeftijd kun je achterhalen met descriptives. Explore wordt gebruikt om naar de “vorm” van je data te kijken, bijvoorbeeld of deze wel normaal verdeeld is (een belangrijke assumptie in de statistiek).

 

Factor analyse

Wat is factor analyse? Factor analyse wordt gebruikt om te kijken of meerdere variabelen samen te voegen zijn tot één factor. De factor analyse kijkt naar onderliggende patronen en correlaties tussen de verschillende  items. Items die vergelijkbare patronen hebben worden bij elkaar geplaatst. Op deze manier ontstaat er een factor.

Wanneer gebruik je het? Als je de onderliggende structuur van een groep items wilt onderzoeken. Deze toets is dus niet bedoelt om een hypothese te toetsen maar om je data te reduceren tot (enkele) factoren.

Voorbeeld: Je hebt 8 vragen (V1 t/m V8). Met behulp van de factor analyse worden de vragen die onderling een hoge correlatie hebben (dus veel op elkaar lijken) geclusterd. V1 t/m V4 (motivatie gerelateerd) en V5 t/m V8 (intelligentie gerelateerd) worden samen geclusterd en vormen dus 2 aparte factoren. Door vervolgens V1 t/m V4 samen te nemen meet je de factor “motivatie” en V5 t/m V8 de factor “intelligentie”.

Cronbach’s alpha

Wat is Cronbach’s alpha? Cronbach’s alpha is een manier om vast te stellen of meerdere items samen één schaal mogen vormen. Dit wordt getoetst op basis van de onderlinge correlatie van de verschillende items.

Voorbeeld: Mogen item 1 (hoe gelukkig ben jij in de ochtend), item 2 (hoe gelukkig ben jij in de middag) en item 3 (hoe gelukkig ben jij in de avond) samengenomen worden tot de schaal “geluk”?

T-test

Wat is de t-test? Op basis van een gemiddelde wordt getoetst of er een verschil is met een gegeven gemiddelde (one sample t-test), het gemiddelde van een andere groep (Independent samples t-test) of dezelfde groep op een ander moment (Paired samples t-test).

Wanneer gebruik je het? Als je een hypothese wilt toetsen op basis van gemiddelden. De t-test is alleen geschikt voor één of twee groepen.

Voorbeeld van de Independent samples t-test: Je wilt de hypothese toetsen:  Zijn mannen gemiddeld intelligenter vrouwen? Je vergelijkt dan het gemiddelde van de mannen met die van de vrouwen.  

Voorbeeld van de paired samples t-test: Je wilt de hypothese toetsen: zijn mannen in januari intelligenter dan in juni? Je vergelijkt dan het gemiddelde van januari met het gemiddelde in juni van dezelfde groep mannen.

Voorbeeld van de one sample t-test: Je wilt de hypothese toetsen: zijn mannen intelligenter dan het landelijk gemiddelde (100)? Je vergelijkt dan het gemiddelde van de mannen in jouw steekproef met het landelijk gemiddelde (100).

ANOVA (analysis of variance)

Wat is de ANOVA? De ANOVA staat voor ANalysis Of VAriance en toetst hypotheses door groepgemiddeldes met elkaar te vergelijken. De ANOVA analyseert de verschillen (in variantie) binnen de groepen met de verschillen (in variantie) tussen de groepen. Dit wordt getoetst met de F-toets. De onafhankelijke variabele die de groepen onderscheidt wordt ook wel de factor genoemd.

Wanneer gebruik je het? Als je een hypothese wilt toetsen op basis van groepsgemiddelden van één onafhankelijke variabele of factor. Je toetst of er überhaupt een verschil aanwezig is tussen de gemiddelden en vervolgens hoe de verschillende gemiddelden van elkaar verschillen door gebruik te maken van de post hoc test. De ANOVA is geschikt om hypothesen te toetsen met twee of meer groepsgemiddelden.

Voorbeeld: Je wilt de hypothese toetsen: Zijn er verschillen in intelligentie tussen Nederlanders, Belgen en Duitsers? Je toetst dan of de gemiddelden van de Nederlanders, Belgen en Duitsers van elkaar verschillen en met de post hoc test welke groepen significant van elkaar verschillen.

Two-way ANOVA

Wat is de Two-way ANOVA? De Two-way ANOVA toetst hypotheses op basis van groepsgemiddelden en maakt gebruik van twee (of meer) factoren of onafhankelijke variabelen. Door subgroepen te creëren en de variantie binnen de subgroepen te vergelijken met de variantie tussen de subgroepen, wordt getoetst of er een interactie-effect aanwezig is.

Wanneer gebruik je het? Als je meerdere hypothesen wilt toetsen op basis van groepgemiddelden met twee of meer factoren of onafhankelijke variabelen. Hierdoor kunnen naast de effecten van de factoren op zich (hoofdeffecten), de gecombineerde effecten van de factoren worden getoetst (interactie-effecten).

Voorbeeld: Je wilt de volgende hypothese toetsen: Is er naast de hoofdeffecten van intelligentie en studie-uren  op het tentamencijfer ook een interactie-effect aanwezig? Je toetst dan of, naast dat je een hoger cijfer hebt omdat je intelligenter (hoofdeffect) bent en omdat je meer studeert (hoofdeffect), er nog een extra gecombineerd effect van de hoogte van intelligentie en aantal studie-uren bestaat (interactie-effect).

MANOVA

Wat is een MANOVA? Het staat voor Multivariate ANalysis Of VAriance. Het verschilt met de (two-way) ANOVA in de zin dat je naast meerdere onafhankelijke variabelen, de groepen kan toetsen op meerdere afhankelijke variabelen, die wel gerelateerd aan elkaar moeten zijn.

Wanneer gebruik je het?  Je gebruikt de MANOVA als je 2 of meer groepen met elkaar wilt vergelijken in combinatie met één of meer onafhankelijke variabelen  op basis van gemiddelden van meerdere afhankelijke variabelen. Op deze manier worden de hoofdeffecten voor elkaar en op de interactie-effecten gecontroleerd. De meerwaarde van de MANOVA is dat de scores van de afhankelijke variabelen worden gecombineerd, zodat er een beter beeld gevormd kan worden van wat de invloed van de onafhankelijke variabelen is.

Voorbeeld: Je wilt onderzoeken of mensen met een hoge intelligentie een hoger cijfer halen op het wiskundetentamen en het tentamen Nederlands (of het wiskundetentamen in periode 1 en in periode 2) dan mensen met een lage intelligentie. Net als bij de ANOVA vergelijk je verschillende groepen met elkaar. In dit geval: intelligentie hoog/laag (kunnen ook meerdere groepen zijn maar voor het voorbeeld gebruiken we er voor onafhankelijke variabele twee). De MANOVA stelt ons in staat te onderzoeken of de groep “intelligentie hoog” een hoger gecombineerd cijfer heeft dan de groep “intelligentie laag”. In dit voorbeeld is gebruik gemaakt van een “enkelvoudige” MANOVA om de meerwaarde van de MANOVA duidelijk te maken.

Regressieanalyse

Wat is een regressieanalyse? De regressie analyse toetst of er een lineair of causaal verband is tussen één of meerdere onafhankelijke variabelen en één afhankelijke variabele. De regressie schat een rechte lijn die het best past bij een puntenwolk of scatterplot. Dit wordt berekend door te berekenen welke (geschatte) lijn de minste variantie heeft met de individuele punten (linear least-sqaure method).

Wanneer gebruik je het? Je wilt onderzoeken of één of meerdere onafhankelijke variabelen invloed hebben op één afhankelijke variabele. Tevens vertelt de regressie analyse of dit een positieve of negatieve invloed is.

Voorbeeld: Je wilt de volgende hypothese toetsen: De lengte in cm van een persoon (onafhankelijk) heeft een positieve invloed op het gewicht in kg (afhankelijk). Dit is een enkelvoudige regressie analyse omdat er gebruikt gemaakt wordt van één onafhankelijke variabele. Wordt er gebruik gemaakt van meer dan één onafhankelijke variabele, dan spreek je van een multiple regressie analyse.

Multiple regressie analyse

Wat is een Multiple regressie analyse? De multiple regressie analyse kijkt of er, op basis van de correlatie van meerdere onafhankelijke variabelen met de afhankelijke variabelen, een (voorspellend) verband is en kan worden gebruikt om een hypothese te toetsen. De multiple regressie analyse maakt gebruik van continue of ordinale data maar kan daarnaast ook één of meerdere categorische variabelen meenemen als onafhankelijke variabele.

Wanneer gebruik je het? Je gebruikt de multiple regressie analyse om te toetsen of meerdere onafhankelijke variabelen invloed hebben op een afhankelijke variabele en of dit een positief of negatief effect is. Tevens is het mogelijk om interactie-effecten te toetsen.

Voorbeeld: Je wilt onderzoeken of intelligentie (onafhankelijk) en het aantal studie-uren (onafhankelijk) invloed hebben op het tentamencijfer (afhankelijk). Je toetst dan bijvoorbeeld de hypothese: Hoe hoger de intelligentie  en hoe meer studie-uren, hoe hoger het tentamencijfer (of intelligentie en studie-uren hebben een positieve invloed op het tentamencijfer). Daarnaast kun je nog het interactie-effect tussen intelligentie en studie-uren toetsen door beiden te standaardiseren (!), met elkaar te vermenigvuldigen en te gebruiken als nieuwe variabele.